15 november was een bijzondere dag in het leven van de Tattoo Car. Vanaf 13 oktober had hij bij de ingang van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) gestaan aan de Mauritskade. Maar nu mocht hij de stad in, naar het Museumplein. Vergunningen waren voor elkaar. De auto, die op blokken stond moest daar eerst vanaf. Met een grote krik kwam hij weer op straathoogte. Omdat hij nogal oud is, was het spannend of hij wel zou starten. Dat deed hij niet. Gastconservator Judith de Bruijn regelde op straat een vrijwilliger om mee te helpen de auto aan te duwen. En zo startte hij. Ronkend en grommend leek hij klaar om naar het Museumplein te gaan.

De stad in
We besloten eerst nog wat rond te rijden om de accu weer wat op te laden en de Tattoo Car te laten zien aan voorbijgangers. Eerst maar eens de Linnaeusstraat en de Middenweg op en neer gereden en toen de Amsterdamse binnenstad in. Als verstokte fietser had ik natuurlijk geen idee hoe dat daar zit met eenrichtingsverkeer en had ik ook geen rekening gehouden met de opstoppingen die daar vaste prik zijn. We reden ons dus vast en moesten in de zeer smalle Kerkstraat keren op de weg. Ondertussen waren we vele malen gefotografeerd door toeristen.
Klep open
Een bijzonderheid aan de Tattoo Car is dat hij door zijn transformatie tot kunstwerk gehandicapt is geworden. Met het huidkleurige kunstleer is de luchttoevoer van de koeling afgesloten. Daarom moet de achterklep van de Volkswagen Kever (de motor zit bij deze auto’s achterin) steeds openstaan, anders wordt hij te warm. Dit leverde tijdens de reis de volgende routine op. De auto rijdt over een drempel (daar zijn er veel van in Amsterdam). Daardoor klapt de achterklep dicht. Ik stop de auto. Collega Judith stap uit, doet de klep open, stap in en we rijden weer verder tot een volgende drempel de klep weer dicht doet slaan. Een hulpvaardige fietser wees ons erop dat onze achterklep openstond. “Dat moet ook!”, riep collega Judith hem toe. Met een gezicht vol verbazing vervolgde de fietser zijn weg.

Transponder
We besloten dit binnenstadavontuur maar af te ronden en via het Leidseplein de richting van het Museumplein op te gaan. Om dit, voor auto’s afgesloten, plein op te komen heb je een zogenaamde transponder nodig, een rond blauw ding dat op een of andere manier de wegblokkades, voorzien van mooie rode lampjes, in de grond doet zakken. Maar waar moet je zo’n ding houden om dat te laten gebeuren? Collega Judith hield het bij alle paaltjes maar er zakte niets. Toen maar een andere ingang geprobeerd. Ook hier zwaaide collega Judith weer met het magische rondje. En ja.. de paal zakte. En we konden de auto op zijn plek zetten, bij de vijver.
Avondrood
Terwijl de zon de avondhemel boven het Concertgebouw rood kleurde – over die kleur is nu ook een tentoonstelling in het Tropenmuseum - krikten we de Tattoo Car op zijn sokkels. Ook nu weer werd de auto druk gefotografeerd. Toen moest de achterklep ook nog op slot. Ook daar bleek de ouderdom van de auto een probleem. We besloten collega Hans – die op dat moment in Dubai zat- te bellen. Hij had vaker de klep gesloten. Het orakel in Dubai liet ons weten dat we net zolang moesten wurmen tot de sleutel wel wilde draaien, een geniale oplossing, en hij werkte. Klep op slot, auto op blokken. En met de tram terug naar het Tropenmuseum.

Herman van Gessel is bij het Tropenmuseum werkzaam en verantwoordelijk voor Educatie.
0 reacties:
Een reactie plaatsen