Drie nieuwe gemeentes hebben we er bij. Ze liggen alleen niet om de hoek; Saba, Sint Eustatius en Bonaire. En alle drie hebben ze hun musea, natuurparken en historische gebouwen. Die willen ze goed onderhouden, vaak verbeteren en overal hebben ze geld en depots nodig om hun materieel erfgoed te bewaren. Dat hebben ze de koninkrijkscommissie o.l.v. van Mr Pieter van Vollenhoven afgelopen jaar verteld. Die beloofde ze dan ook twee deskundigen op het gebied van cultureel erfgoed te sturen. Wij dus, Alex van Stipriaan, conservator en Frans Fontaine, tentoonstellingsmaker. Ik voel de lezer nu denken, wat sneu, arme jongens om in deze koude tijd naar de Dutch Caribbean te moeten. Uw medeleven wordt gewaardeerd maar plicht is plicht!
Het uitzicht vanuit de Twinotter (links) en het museum op Saba (rechts).
Het werd een verrassende reis, ook omdat we Saba en Sint Eustatius niet kenden. Onze eerste stop was Saba waar we, zoals overal, vorstelijk werden ontvangen. Je kunt je er weinig bij voorstellen, een berg in zee met ca. 1300 inwoners. Alles perfect onderhouden, vriendelijk volk en een klein museumpje. Glenn Holm, onvermoeibaar hoofd Toerisme, gaf ons eerst een rondrit over het eiland. Ja, we hebben nu eenmaal leuk werk. Tijdens de rit merk je hoe nuttig het kennen van de omgeving en de mensen is voor je als museaal adviseur echt in actie komt. Zo’n rondrit roept tientallen vragen op; hoe is het om hier je hele leven te wonen, waar komt de melk vandaan en waar leven de mensen van want landbouw is er niet. Wie was de man die besloot tegen alle adviezen van Nederlandse wegenbouwers zelf maar een weg van Hell’s Gate naar the Bottom aan te leggen en daartoe in 1935 een schriftelijke cursus wegenbouw volgde? En waarom heet bijna iedereen Johnson. Wie was de eerste Johnson?
Te gast op Mnt. Scenery (870 m.) bij de overdracht van Nederlands hoogste punt door de wethouder van Vaals.
Al die vragen blijven aan je kleven als je het museum bezoekt en merkt dat het verhaal zich daar beperkt tot het leven van een zeekapitein die daar ooit woonde inclusief wat stijlkamers. Leuk, maar nergens een antwoord op de vragen die bij ons als verse bezoekers opkwamen. Zo gaat het ook vaak op andere eilanden.
De stijlkamer van Museum Donckersloot op St. Eustatius (links) en een monumentale woning op Bonaire in verval (rechts).
Op Sint Eustatius komen we in het museum in een stijlkamer van de notabele familie Donckersloot. Veel antiek en meubels zijn speciaal in Nederland gekocht om de kamer museaal in te richten. Terwijl we daar staan, begint meneer van Berkel van de Historical Foundation te vertellen dat hij vroeger als kind vanuit zijn huis naar binnen kon kijken en dan zag je in de avond mensen walsen en de polka dansen in prachtige kleding. En ….. hij begint te vertellen dat de mensen uit de wat armere buurten juist bang waren voor het enorme huis van de familie Donckersloot. Het spookte er namelijk. Zo komt de kamer met al dat dode, deels ‘onechte’ meubilair opeens tot leven en gaat het gesprek langzaam naar beleving, naar bezieling. Hoeveel verhalen kun je niet vertellen over deze kamer! Als adviseurs hebben we soms zinnige meningen en technische adviezen maar even vaak zijn wij slechts de noodzakelijke aanleiding waardoor mensen ‘getriggerd’ worden om opeens anders naar hun museum en de presentaties te kijken. Dat zijn de leukste sessies, dan gaat de creativiteit stromen en zijn wij niet langer de bron maar staan aan de oever. Zo hoort het ook.
Frans Fontaine studeerde Culturele antropologie en werkt sinds 1983 in het Tropenmuseum o.a. als conservator Latijns Amerika en tegenwoordig als tentoonstellingsmaker.
0 reacties:
Een reactie plaatsen