
Rudolf Bonnet in gesprek met Antonio Blanco.Foto: Paul Spies. Fotonegatief Collectie Tropenmuseum, 60030325.
Doel van deze missie was het professionaliseren van de staf van Museum Puri Lukisan en vertegenwoordigers van een twintigtal andere Balinese instellingen. Koos van Brakel en Pienke Kal gaven training in collectiebeheer en tentoonstellingsplanning; Martijn de Ruijter gaf les in actieve en passieve conservering. Zelf was ik verantwoordelijk voor de introductie van een Indonesisch-Engelse versie van CDS/Isis voor het digitaal beheren van de museumcollectie.
’t Was een gemêleerd clubje cursisten. De variatie was groot op het gebied van computerkennis en museumvaardigheden, en het niveau van het Engels liet gemiddeld genomen wel eens te wensen over. Zo nodig werd ik herhaald in het Indonesisch om tot de kern van de zaak door te kunnen dringen, iets waar ik op een eerdere missie naar Sintang, Kalimantan, ook mee te maken had (en trouwens, zo verliep mijn hele afstudeeronderzoek in de Filippijnen).
Nu, een jaar later, draait de database nog steeds succesvol in het Museum Puri Lukisan. Vrijwel de gehele collectie is opgenomen in CDS/Isis, en voorzien van een afbeelding. In Sintang heb ik dezelfde software in ’t Indonesisch geïntroduceerd, en ook daar gaat het goed. Verder was ik in Ghana en Ethiopië met hetzelfde doel (maar een Engelse versie) en in Suriname draait ie in het Nederlands.
Ik vertrouw er maar op dat er voldoende backups worden gemaakt… Ik kan het niet genoeg benadrukken, de gevaren uiteenzetten, maar toch hou ik m’n hart vast af en toe. Virussen, fatale stroomonderbrekingen, lekkende daken, hitte, vocht, mierennesten: computers houden er niet van. In Ghana ging ’t al eens mis, de viraal besmette computer weigerde dienst, de gekoppelde machines eveneens.

Het werken met zo’n collectiedatabase is onlosmakelijk verbonden met de standaard voor het identificeren van objecten. Een vastgestelde set data wordt opgenomen in de registratie, in combinatie met een foto. Daarmee is een redelijk eenvoudige database niet alleen een collectie-informatiesysteem, maar tevens de basis voor aangifte in geval van diefstal. Want waar kostbare schatten zijn, zijn kapers (én kopers) op de kust. Voordat gestolen goed het land uit glipt, moeten douane en politie gealarmeerd kunnen worden, en de snelste manier is (meestal) digitaal. Daarbij moeten zo exact mogelijke gegevens kunnen worden overlegd, met het liefst ook nog een herkenbaar plaatje erbij. En dat faciliteert een programmaatje als CDS/Isis.
Het Tropenmuseum heeft in veel meer landen projecten voor kennisuitwisseling. Er zijn relaties met instellingen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en de Cariben. Daarin gaat het bijvoorbeeld ook over het maken van tentoonstellingen, de ethiek van het verzamelen, of over het bewaren van papier onder tropische omstandigheden. Een goede voorbereiding is dan erg belangrijk. Niet alleen is het goed om te weten hoe de situatie in het museum is, andere gewoonten bepalen mede de vorm van de cursus, de omgang met participanten en hogere kaders. Ik zorg dus dat ik goed ingelezen op pad ga.
Zo is een missie telkens weer anders, opnieuw interessant, maar vooral ook mooi veldwerk.
Richard van Alphen studeerde culturele antropologie in Leiden. Hij begon in 2001 bij het Tropenmuseum als beschrijver, en is nu applicatiebeheerder van The Museum System en verantwoordelijk voor het verloop van de collectiedigitalisering.
0 reacties:
Een reactie plaatsen