Het is al weer een paar jaar geleden toen het plan ontstond om over de grote en mooie collecties voorwerpen van het Tropenmuseum een serie boeken uit te brengen. Een prachtig plan, maar de praktijk was weerbarstig. Boeken maken is dankbaar werk, maar het kost vreselijk veel tijd en inspanning. Zeker het soort boeken wat we wilden maken. Niet alleen met mooie plaatjes, maar ook met een degelijk verhaal over de manier waarop de collecties hun weg vonden naar het museum, en de achtergronden en betekenissen van de voorwerpen zelf. De BankGiro Loterij maakte het financieel mogelijk.
Afgelopen maart was het zover, de eerste twee boeken werden gepresenteerd tijdens een grootse bijeenkomst in de grote zaal van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Op 22 september ziet het derde boek het levenslicht, Africa at the Tropenmuseum. Samen met collega’s Sonja Wijs en Daan van Dartel, fotograaf Irene de Groot en editor Arlette Kouwenhoven van KIT Publishers, heb ik er jaren aan gewerkt.
Van de duizenden voorwerpen die de collectie telt, konden er niet veel meer dan 100 worden uitgekozen. Kiezen doet pijn! Vervolgens zijn we lang bezig geweest de herkomst uit te pluizen. Welke route hebben de maskers en beelden en schilderijen gevolgd van hun plaats van herkomst naar de Linneausstraat in Amsterdam? Dat is een puzzel die nooit helemaal opgelost kan worden, maar het levert wel een mooie oogst op aan verhalen over reizigers, koloniale ambtenaren, handelsagenten, kunsthandelaren, ontwikkelingswerkers, verzamelaars, schenkers en museummensen.
De volgende vraag was welke rol die objecten hebben gespeeld in de museumgeschiedenis. Hoe werd Afrika getoond in de jaren ’50, in de jaren ’70, en nu, en hoe hing dat samen met de relatie tussen Nederland en Afrika? We keken naar vroegere tentoonstellingen en afdelingen, naar thema’s, stijl, invalshoeken. Hoe we naar Afrika kijken zegt ook veel over ons.
En los van dat alles hebben de voorwerpen hun eigen verhalen, over hun rol, betekenis, kracht en schoonheid, voor de mensen die ze in eerste instantie maakten en gebruikten. Daar wordt internationaal steeds meer onderzoek naar gedaan, zodat we steeds meer inzicht krijgen in de complexe wereld achter de voorwerpen.

Al deze verhalen hebben we geprobeerd in dit boek samen te brengen. Dat betekent fotograferen zoeken, lezen en schrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Aan anderen laten lezen en weer herschrijven. Een notenapparaat, index, en literatuurlijst maken, precies en tijdrovend werk. Vertalen, controleren en corrigeren. Tenslotte kon vormgever Tosca Lindeboom van Studio Berry Slok zich erover buigen. De losse teksten en plaatjes kwamen plotseling in een mooie en kleurige lay out bij elkaar. Weer controleren en corrigeren, opnieuw, opnieuw, opnieuw. Taai en moeizaam werk. Steeds weer kleine foutjes, wanhoop, neiging om met vaatwerk te smijten, en dan weer een tevreden blik naar het resultaat. Eindelijk vindt het gevreesde en gehoopte moment plaats: het boek gaat naar de drukker. Niets kan nu meer veranderd worden (help! Godzijdank!). De 22ste september wordt het kind aan de wereld getoond tijdens het symposium Popular Imagination: fiction with a message. Komt u ook?
0 reacties:
Een reactie plaatsen